Nikon Imaging | Nederland | Europa

De beste tips voor het fotograferen van prachtige zonsondergangen

Zonsondergangen zijn een van de populairste onderwerpen om te fotograferen en het mooiste ervan is dat ze allerlei mogelijkheden bieden. Zelfs nadat de zon achter de horizon is gezakt, kan het avondrood van de schemering die de lucht nog zo'n 20 minuten lang verlicht, prachtige resultaten opleveren. Probeer onze tips om deze magische momenten optimaal in beeld te brengen.

©Neil Freeman | Nikon School

• Een goede manier om een veelbelovende zonsondergang te voorspellen, is naar de wolken te kijken: hoge, onregelmatige wolken met veel ruimte ertussen zijn ideaal aangezien op elke afzonderlijke wolk een beetje gekleurd licht valt, wat een aantrekkelijke scène oplevert. Wolkenvelden zijn geen goed teken! Een andere aanwijzing voor een mooie zonsondergang is vaak een regenachtige dag. Als de regenwolken rond zonsondergang beginnen op te trekken, kunt u vaak prachtige foto's maken.

• Voor elke foto van de zonsondergang geldt dat u snel moet reageren. U hebt misschien 20 minuten de tijd om iets moois vast te leggen en foto's kunnen van minuut tot minuut aanzienlijk verschillen door de manier waarop voorwerpen het licht weerkaatsen en de intensiteit van het licht verandert. Het belangrijkste is het statief van tevoren goed op te stellen, want als u de poten nog moet aanpassen, mist u waarschijnlijk het mooiste.

• Voor echt mooie, dramatische foto's van de zonsondergang is gewoonlijk meer nodig dan alleen de ondergaande zon zelf. U hebt ook een voorgrond nodig. Dit kunnen vormen, schaduwen, details of texturen zijn, maar wolken en vogels in de lucht kunnen een foto ook diepte geven en interessanter maken en de scène tot leven brengen.

• Gewoonlijk zult u een belichting van meer dan een seconde gebruiken (als de zon achter de horizon is gezakt), dus moet u cameratrilling zoveel mogelijk voorkomen. Dat betekent dat u een statief met een afstandsbedieningskabel of de zelfontspanner van de camera moet gebruiken. Naarmate het licht afneemt, zult u merken dat u geleidelijk langere sluitertijden nodig hebt. Blijf de foto's controleren op het scherm en via het histogram (zie onder) en verleng de belichtingstijd zo nodig voor de volgende opname. Voor een voorgrond met silhouetten verkort u de sluitertijd, maar overdrijf de hoeveelheid silhouetten niet omdat de opname anders mogelijk te donker wordt.

• Terwijl de zon nog steeds aan de hemel staat, dient u de diafragmavoorkeuze (belichtingsstand A op de camera) en automatische ISO in te stellen als u opnamen uit de hand maakt, hierbij zorgt de camera voor een uitgebalanceerde belichting als er lichtveranderingen in de lucht plaatsvinden. Als u bij zonsondergang, wanneer het licht snel verandert, handmatig (belichtingstand M) gebruikt, moet u voortdurend uw camera-instellingen aanpassen om een goede belichting te behouden. Dat vermindert de tijd die u heeft om het licht en de compositie van uw beeld te kunnen beoordelen. Als u een langere sluitertijd nodig hebt, kunt u een grijsfilter gebruiken of voor een kleiner diafragma kiezen, bijvoorbeeld f/11 of f/16. Met een lage ISO van 64 of 100 kunt u ook beelden van hogere kwaliteit opnemen en langere sluitertijden gebruiken.

Als u voor de schemering of het blauwe uur nadat de zon is verdwenen nog in de stand Diafragmavoorkeuze fotografeert, wilt u mogelijk de functie voor belichtingscorrectie in uw camera gebruiken om uw belichting bij te regelen en er zeker van te zijn dat deze juist is. Om u de volledige controle over uw belichting te geven, kunt u de handmatige stand (belichtingsstand M) inschakelen, hiermee krijgt u nog meer controle over uw sluitertijd- en diafragma-instellingen.

Als u er zeker van wilt zijn dat u haarscherpe beelden bij weinig licht krijgt, hebt u de keuze uit het gebruik van autofocus of handmatige scherpstelling. Met autofocus kunt u met het gebruik van het centrale scherpstelpunt bij weinig licht sneller scherpstellen. Als u het scherpstellen nog steeds een uitdaging vindt, schakelt u op het objectief en de camerabody naar handmatige scherpstelling, activeert u Livebeeld en gebruikt u vervolgens het touchscreen of de plusknop om het beeld op uw lcd-monitor te vergroten. U draait vervolgens de handmatige scherpstelring op uw objectief totdat het onderwerp weer haarscherp wordt. Een derde optie zou zijn om vooraf terwijl het nog licht is met uw objectief op uw onderwerp scherp te stellen en de scherpstelling te vergrendelen.

• Als een opname die u tijdens de schemering maakt, lichten bevat, zoals lampen in gebouwen of straatverlichting, let dan goed op de lichtmeting. Bij weinig licht kan de meter in de war raken en een langere belichtingstijd instellen om de vele donkere delen in de scène lichter te maken, maar dit leidt ertoe dat lichte delen worden overbelicht en uitgebleekt zijn. Gebruik belichtingscorrectie om dit te voorkomen. Waarschijnlijk moet u enkele stops onderbelichten als het onderwerp grotendeels donker is. Als u onderbelicht bij zonsondergang, worden de kleuren bovendien ook versterkt.

• Zorg dat de instellingen juist zijn door niet alleen het beeld op het lcd-scherm te controleren, maar ook het histogram. Een histogram is een grafische weergave van het toonbereik in een foto, een directe analyse van de foto die u zojuist hebt gemaakt. Bij een opname van een zonsondergang kunt u direct zien of u overbelicht en uitgebleekte hoge lichten krijgt. Let op clipping van hoge lichten: dit is een hoge concentratie gekartelde pieken aan de rechterkant van het histogram. Als de zon zich in beeld bevindt, bestaat de kans dat sommige hoge lichten buiten de grafiek vallen, maar vaak is dat geen probleem, mits het grootste deel van de histogramcurve zich in het midden van de grafiek bevindt.

• Veel van de bovenstaande adviezen gelden ook als u de zonsondergang filmt. Als u recht tegen de ondergaande zon in filmt, kijk dan uit voor lichtvlekken waardoor details verbleken. U kunt dit tegengaan door een kleiner diafragma te kiezen, zodat er minder licht binnenvalt, waardoor de scène donkerder wordt. Of u kunt een polarisatiefilter gebruiken om een deel van het licht tegen te houden of een diffusiefilter om het licht te verspreiden. Een andere benadering is de zon zelf buiten beeld te houden en u in plaats daarvan te concentreren op het landschap dat wordt verlicht door de verflauwende zonnestralen (dit werkt ook voor foto's). Als u meer mogelijkheden wilt hebben tijdens het bewerken, probeer dan zoveel mogelijk van beide soorten scènes vast te leggen terwijl er nog voldoende licht is.

Zes snelle tips

1. Fotografeer altijd in RAW (NEF), zodat beelden zoveel mogelijk informatie bevatten waarmee u tijdens de nabewerking kunt spelen.

2. Kies de witbalansoptie 'daglicht' of 'schaduw' zodat de lucht van de schemering diepblauw is en gloeilampverlichting warm geeloranje. Als u echter in RAW fotografeert, kunt u witbalansproblemen achteraf op de pc corrigeren.

3. Algemene vuistregel: Zon aan de hemel? Diafragmavoorkeuze. Zon onder gegaan? Handmatige belichting.

4. Flitsen bij zonsondergang kan voor de hand liggend lijken, maar u krijgt een natuurlijker resultaat als u een gloeilampfilter of warm filter over de flitser plaatst.

5. Gebruik een grijsverloopfilter waarbij de overgang is uitgelijnd met de horizon om het contrast tussen de lichtere hemel en de donkerder voorgrond te verkleinen.

6. Als u geen nachtbraker bent, fotografeer zonsondergangen dan in de herfst en de winter, wanneer de zon in Europa door de kortere dagen al om 15.30 uur kan ondergaan, afhankelijk van hoe noordelijk u gaat (hoe meer naar het noorden, hoe eerder de winterse zon ondergaat).

Artikel en foto's door Neil Freeman.