Nikon Imaging | Nederland | Europa

5 eenvoudige richtlijnen voor fotocomposities

U beseft het wellicht niet, maar telkens wanneer u door de camera kijkt, neemt u beslissingen over de compositie. Eenvoudig gezegd, is de compositie de manier waarop u de foto die u gaat maken kadreert. Er zijn veel boeken geschreven over compositie. En hoewel de kans klein is dat twee mensen een onderwerp op dezelfde manier in beeld brengen, gelden er enkele algemene richtlijnen die u kunnen helpen uw foto's interessanter en aantrekkelijker te maken.

De regel van derden

De regel van derden is een richtlijn die u helpt om het onderwerp zo goed mogelijk in beeld te brengen.

Wanneer u door de zoeker of naar de lcd-monitor van de camera kijkt, helpt het als u zich voorstel dat er een boter-kaas-en-eieren-raster over het beeld ligt. Het raster verdeelt het beeld in negen rechthoeken, die ontstaan door vier lijnen te trekken over wat u ziet.

Sommige Nikon-camera's hebben zelfs een menuoptie waarmee u rasterlijnen in de zoeker (of op het scherm) kunt weergeven. Deze rasterlijnen helpen u het beeld te kadreren en worden niet weergegeven in de uiteindelijke foto.

Let op de punten waar de vier lijnen elkaar snijden. Volgens de regel van derden vormen deze snijpunten de beste posities om de belangrijkste elementen van uw composities te plaatsen. Als u dat doet, levert dit gewoonlijk een energieker en interessanter beeld op.

Het onderwerp hoeft zich niet precies op een snijpunt (ook wel een 'sterke plaats' genoemd) te bevinden. Zo lang het onderwerp zich in de buurt van zo'n punt bevindt, wordt het beeld dynamischer en goed gekadreerd. Probeer enkele verschillende composities uit om te kijken wat u het mooist vindt.

Dezelfde rasterlijnen kunnen u helpen ervoor te zorgen dat de horizon horizontaal is en de verticale elementen in uw foto recht staan.

© Diane Berkenfeld

D4, AF-S NIKKOR 200-400mm f/4G ED VR II-objectief, 1/1600 sec., f/4, ISO 200, Centrumgerichte meting, Diafragmavoorkeuze.

Hier ziet u het raster over de foto van twee incasternen: hun koppen zijn volgens de regel van derden geplaatst op het snijpunt van de lijnen.

© Diane Berkenfeld

D4, AF-S NIKKOR 200-400mm f/4G ED VR II-objectief, 1/1600 sec., f/4, ISO 200, Centrumgerichte meting, Diafragmavoorkeuze.

Deze foto van twee incasternen in de dierentuin is een voorbeeld van de regel van derden.

© Diane Berkenfeld

D4, AF-S NIKKOR 200-400mm f/4G ED VR II-objectief, 1/800 sec., f/4, ISO 200, Centrumgerichte meting, Diafragmavoorkeuze.

Hier ziet u de rasterlijnen waarmee de positie van het onderwerp wordt aangegeven volgens de regel van derden.

© Diane Berkenfeld

D4, AF-S NIKKOR 200-400mm f/4G ED VR II-objectief, 1/800 sec., f/4, ISO 200, Centrumgerichte meting, Diafragmavoorkeuze.

Deze foto van een zittende giraf in het gras in de dierentuin is een goed voorbeeld van hoe de regel van derden voor een aantrekkelijke compositie zorgt.

De plaats van de horizonlijn in uw compositie

De meeste foto's worden mooier als de horizon zich boven of onder het midden van het beeld bevindt (en niet precies in het midden). De uitzondering hierop is wanneer u een weerspiegeling fotografeert. In dat geval kan een horizon in het midden goed werken omdat hierdoor dezelfde elementen worden weergegeven in de boven- en onderkant van het beeld: het onderwerp boven en de reflectie onder.

© Diane Berkenfeld

D100, AF VR Zoom-NIKKOR 80-400mm f/4.5-5.6D ED-objectief, 1/5 sec., f/22 ISO 200, Spotmeting, Handmatig.

Wanneer u een landschap fotografeert, plaatst u de horizon dichter bij de bovenkant of (zoals in dit geval) de onderkant van het beeld.

© Diane Berkenfeld

D4, AF-S NIKKOR 200-400mm f/4G ED VR II-objectief, 1/800 sec., f/4, ISO 200, Centrumgerichte meting, Diafragmavoorkeuze.

Gewoonlijk is het aan te raden de horizonlijn dichter bij de boven- of onderkant te plaatsen en niet precies in het midden van het beeld. Wanneer u onderwerpen met hun reflectie fotografeert, is het echter geen probleem om van deze regel af te wijken.

Het beeld binnenkomen

Wanneer u mensen en dieren fotografeert, kunt u er het beste voor zorgen dat ze het beeld in kijken. Als iets in de foto in beweging is, laat dan meer ruimte over aan de kant van het beeld waar de beweging heengaat. Dit ziet er natuurlijker uit en geeft de kijker een indruk van de beweging en het verhaal van de foto. Positioneer het onderwerp zodanig dat de meeste ruimte in het beeld zich bevindt aan de kant waar het naartoe beweegt.

© Diane Berkenfeld

D4, AF-S NIKKOR 200-400mm f/4G ED VR II-objectief, 1/640 sec., f/4, ISO 200, Centrumgerichte meting, Diafragmavoorkeuze.

© Diane Berkenfeld

In deze foto van een zwarte zwaan die over het water glijdt, bevindt de vogel zich in het midden en is de compositie niet erg interessant.

© Diane Berkenfeld

Door de afbeelding bij te snijden, kunnen we het onderwerp naar de rechterbovenkant van het beeld verplaatsen en zo een interessantere compositie krijgen.

In de uiteindelijke foto leidt het onderwerp het oog van de kijker door het beeld, geheel volgens de regel die voorschrijft meer lege ruimte vóór het onderwerp over te laten. © Diane Berkenfeld

Leidende lijnen

Wanneer u gebouwen of andere onderwerpen met sterke lijnen fotografeert, kadreert u het beeld zo dat de architectonische elementen het oog van de kijker door de foto sturen. Deze 'leidende lijnen' kunnen het hoofdonderwerp van de foto zijn, maar ze kunnen ook worden gebruikt om de blik van de kijker te leiden naar een belangrijk aandachtspunt in de foto.

Ook gebogen lijnen kunnen een interessante compositie opleveren. Ze leiden de blik van de kijker namelijk naar verschillende delen van het beeld. Gebogen lijnen kunnen het hoofdonderwerp zijn of (net als leidende lijnen) bepaalde belangrijke elementen benadrukken.

© Diane Berkenfeld

D100, AF-S VR Zoom-NIKKOR 24-120mm f/3.5-5.6G IF-ED-objectief, 1/60 sec., f/4, ISO 200, Centrumgerichte meting, Programma.

Deze foto laat zien hoe gebogen lijnen in een onderwerp de blik van de kijker door de foto heen leiden terwijl deze de lijnen volgt.

© Diane Berkenfeld

D100, AF-S NIKKOR 24-120mm f/4G ED VR-objectief, 1/90 sec., f/5, ISO 320, Matrixmeting, Programma.

Deze foto heeft sterke leidende lijnen die het oog van de toeschouwer vanaf de rechterkant van het beeld door de gang naar links sturen.

Patronen en texturen

Onderwerpen met herhalende patronen leveren ook interessante foto's op. Patronen die u aantreft in de natuur of die door mensen zijn gemaakt, kunnen een sterke compositie opleveren. Kijk goed naar elementen in een onderwerp om patronen te ontdekken. U ziet bijvoorbeeld een kist met appels en denkt er verder niet over na, maar met een krappe kadrering van de vruchten kan er een herhalend patroon van kleur en vorm ontstaan. Let ook op afwijkingen in patronen. Stel u voor dat de appels in die kist allemaal rood waren, maar dat iemand er één gele appel in heeft gelegd. Nu hebt u een herhalend beeld met één onderbreking van het patroon (de gele appel) die alle aandacht trekt.

Ook texturen kunnen in uw voordeel werken. Zit er bovenop, door te zoomen of door een macro-objectief te gebruiken. Wanneer u patronen of texturen fotografeert, hoeft u niet het hele onderwerp vast te leggen. Texturen kunnen zacht zijn, zoals de veren van een vogel, of hard, zoals afbladderende verf of houtnerf.

De roestige en schilferende verf op deze vissersboot is zeer geschikt voor textuuronderzoek. Het heldere zonlicht dat op de boot valt, maakt de textuur van meerdere lagen afbladderende verf en roest duidelijker zichtbaar.

© Diane Berkenfeld

D3X, AF-S DX Micro NIKKOR 85mm f/3.5G ED VR-objectief, 1/200 sec., f/7.1, ISO 160, Matrixmeting, Programma.

Zorgvuldig kijken

Wanneer ze foto's bekijken, denken de meeste mensen niet na over de compositie, maar weten ze wel wanneer een foto mooi is om naar te kijken, ook al snappen ze niet precies waarom. U kunt uw compositorische vaardigheden verbeteren door eens goed te kijken naar foto's die zijn gemaakt door mensen wiens werk u bewondert. Let op hoe ze hun onderwerpen in het beeld plaatsen. Let op de gekozen achtergrond. Wat staat in beeld en wat is mogelijk weggelaten? Bekijk daarna een aantal van uw eigen foto's en vraag uzelf af hoe u de foto beter had kunnen maken door voor een andere compositie te kiezen.

Deze richtlijnen vormen slechts een handreiking. Denk eraan dat er op elke regel uitzonderingen bestaan. Wees niet bang om buiten de lijntjes te treden als dit betere foto's oplevert.


Artikel en foto's door Diane Berkenfeld.